Het terugwinnen van restwarmte uit industriële processen staat in bij producenten en verwerkers van droge bulkproducten nog in de kinderschoenen. Een gemiste kans, want het is economisch zeer rendabel. Frietproducent McCain Foods in Lelystad is een van de trendsetters.
Bij McCain Foods is in 2012 een warmtepomp in gebruik genomen die restwarmte terugwint uit de fritesdroger en die terugvoert in het proces om er nieuwe frites mee te drogen. Het is de eerste toepassing ter wereld van een ammoniakwarmtepomp voor het drogen van frites. Deze applicatie verwarmt lucht (45-70°C) met restwarmte uit de uitlaatlucht (35°C) van de droogtunnel.
Deze installatie van GEA Grenco werd technisch uitgevoerd door ingenieursbureau De Kleijn Energy Consulting en GEA. De warmtepomp heeft een vermogen van 880 kW, een temperatuur van maximaal 80 °C en levert een besparing op van maar liefst 70% op het CO2-gebruik. Het rendement ligt op COP 5 – 7, waarbij COP staat voor ‘Coefficient of Performance’, dat wil zeggen de efficiëntie van de waterpomp. COP is een belangrijk kengetal voor het rendement van warmtepompen en geeft de verhouding aan tussen de verkregen bruikbare warmte (of koeling) en de aandrijfenergie. Het is dus een maat voor de uiteindelijk verkregen warmte (of koeling) en wat een producent er aan elektriciteit in stopt. Een COP van 5 betekent dat er bij een input van 1 kilowattuur aan stroom (bijvoorbeeld de warmtepomp moet draaien), 5 kilowattuur aan warmte wordt geleverd. Wanneer een warmtepomp een COP-waarde heeft van 5, dan gebruikt de pomp 20% aandrijfenergie om 100% nuttige warmte te produceren. Al met al kan er zo bij McCain — in wat begon als een demonstratieproject — flink bezuinigd worden op de benodigde energie om de frites te drogen. Daarmee ging ook de uitstoot van broeikasgassen voor de fritesproductie sterk omlaag. Het doel van deze investering: duurzamer produceren, was daarmee behaald.
Industriële warmtepompen sleutel tot verduurzaming droogprocessen