Larven van de zwarte soldaatvlieg, de huisvlieg en (kleine) meelwormen, gekweekt op voormalige voedingsmiddelen (VVM), kunnen veilig gebruikt worden als ingrediënt voor diervoeder. Dit is wel aan voorwaarden gebonden, blijkt uit onderzoek van het bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft BuRO gevraagd onderzoek te doen naar de risico’s van het gebruik van insecten in diervoeder om de kringlooplandbouw te kunnen stimuleren. Een van de mogelijkheden is voormalige voedingsmiddelen te gebruiken als voedingsbodem (substraat) voor het kweken van insecten. Deze insecten worden dan vervolgens gebruikt als eiwitrijk ingrediënt in veevoer. Uit de risicobeoordeling van BuRO blijkt dat mogelijke risico’s van op VVM gekweekte insecten als diervoeder adequaat beheerst kunnen worden. Dat betekent dat insecten ook in diervoeder gebruikt mogen worden voor andere landbouwhuisdiersoorten dan alleen de huidige wettelijk toegestane aquacultuurdieren (vissen, schaaldieren en schelpdieren). Een van de randvoorwaarden om de insecteneiwitten voor vee te mogen gebruiken is het toepassen van een kiemreducerende behandeling.