Black Bear Carbon loopt tegen de hindernissen van de circulaire economie aan. De producten van het bedrijf zijn wettelijk gezien afval. De vergunning voor een nieuwe fabriek laat op zich wachten. CEO Victor Vreeken blijft optimistisch.

Tekst: Pieter van den Brand | Beeld: Black Bear Carbon

Op de website van de omgevingsdienst in Zuid-Limburg met de koepelvergunning voor de Chemelot site in Geleen staat het mapje voor Recovered Carbon Black Nederland (rCBNL) al klaar. Maar begin januari 2022 is het nog leeg. Het bedrijf, dat getooid is met de marktnaam Black Bear Carbon, heeft zijn deel van de vergunning weliswaar rond, maar het wacht nog op de uitspraak van bezwaarprocedures.

Welwillend

Intussen had de bouw van een fabriek om carbon-black en olie uit granulaat van autobanden terug te winnen, najaar 2021 al moeten zijn gestart. De provincie als bevoegd gezag staat welwillend tegenover de komst en de Chemelot-organisatie ziet het bedrijf als een aanwinst voor de Europese circulaire hub die het chemiecomplex wil worden. Het herwonnen carbon-black (rCB) – dat stevigheid geeft aan rubber – is een nuttig ingrediënt voor nieuwe autobanden, uiteenlopende rubbertoepassingen en als pigment in verf en plastic. Eerdere tests bij verf- en bandenproducenten lieten prima resultaten zien. Het pyrolyseproces dat het bedrijf toepast, levert bovendien een kwaliteit olie op die geschikt is als brandstof, maar ook in de raffinage van aardolie inzetbaar is. Het bedrijf, dat op Chemelot jaarlijks zo’n 12.000 ton rCB en 14.000 ton pyrolyse-olie wil gaan produceren, is met een groot aantal potentiële klanten in gesprek. De fabriek vergt een totale investering van zo’n 100 miljoen euro. Het bedrijf krijgt al financiële steun van InvestNL en Chemelot Ventures.

We zijn geen ­autobandenrecycler maar een ­circulair productiebedrijf
Victor Vreeken, CEO van Black Bear Carbon

Protest

Een plaatselijke natuurorganisatie heeft echter – als enige – protest aangetekend tegen de ontwerp-vergunning. Zo zou de fabriek niet veilig bedreven kunnen worden en is er geen functionele binding met de andere Chemelot-bedrijven, zoals de koepelvergunning voorschrijft. De plannen van Black Bear Carbon om in Rotterdam een nieuwe fabriek te realiseren, liepen vorig jaar op niets uit, omdat vanwege de onvoldoende stikstofruimte in het gebied de lange weg naar een natuurvergunning nodig was. Externe financiers dreigden in dat geval af te haken. De koepelvergunning van Chemelot biedt deze ruimte wel, maar uitsluitend daarom zou het bedrijf naar Zuid-Limburg willen komen, aldus de zienswijze van de lokale natuurorganisatie. De omgevingsdienst moet hier nu op reageren, waarna het ontwerpbesluit nogmaals zes weken ‘voor beroep’ ligt. Daarna wordt de vergunning pas definitief en onherroepbaar.

Imago

De maandenlange vertraging zorgt voor flinke teleurstelling bij Black Bear Carbon CEO Victor Vreeken. “Natuurlijk nemen we deze bezwaren serieus, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we er op een goede manier uitkomen. Ons doel is een professionele chemische procesinstallatie neer te zetten, die aan alle veiligheidsstandaarden voldoet. Chemelot is een toplocatie in Nederland en hanteert extra strakke regels.” Het bedrijf wil zich nadrukkelijk onttrekken aan het slechte imago dat de brand in een proeffabriek in Nederweert in 2019 met zich meebracht. “De oorzaak van deze calamiteit had volgens onderzoek niets van doen met onze pyrolysetechnologie, maar alles met de middelen die ons destijds ter beschikking stonden en de randvoorwaarden die dat tot gevolg had voor het veiligheidsmanagement. Inadequaat? Nee, zo zou ik het niet willen noemen. Het was wel een belangrijke les. Alle conclusies uit het onderzoeksrapport zijn in de nieuwe fabriek geadresseerd. In Geleen krijgen we een eigen kavel tot onze beschikking, nu nog een leeg grasveld. We kunnen de installatie van nul af aan gaan opbouwen, zodat een veilige bedrijfsvoering is geborgd”, zegt Vreeken.

Proces

Black Bear Carbon timmert al meer dan tien jaar aan de weg met zijn verwerkingstechnologie voor afgedankte auto- en vrachtwagenbanden. Dat proces omvat een aantal stappen. Eerst wordt het staal uit de banden verwijderd. Deze voorbewerkingsstap, die in Nederweert voor veel overlast zorgde, is niet meer nodig. “Er zijn leveranciers genoeg, die daar heel goed in zijn”, vertelt Vreeken. “We verwerken alleen het granulaat.” In het pyrolyseproces wordt het granulaat in een lange reactor zuurstofloos verhit op 500-700˚C. Het rubber valt in de carboniseerstap in kleinere moleculen uiteen, met olie en gas als bijproduct. Het gas wordt verbrand in een gasmotor om elektriciteit voor het proces op te wekken. In banden zitten verschillende gradaties van carbon-black. Deze zwarte koolstof wordt vermalen en ondergaat vervolgens nog een pelletiseer- en droogstap tot een robuuster en beter te handlen eindproduct. “We zijn uiterst selectief in de feedstock die we kiezen. Voorlopig gebruiken we uitsluitend vrachtwagenbanden. Door voor deze stroom te kiezen, kunnen we een hoogwaardige productkwaliteit garanderen”, zegt Vreeken. “Dat maakt het ook niet meteen een goedkope technologie. Dit proces willen we verder opschalen. We zijn geen autobandenrecycler maar een circulair productiebedrijf. Dat geldt ook voor de olie die maken. We willen topproducten leveren van hoge kwaliteit.” ●

________________________________________________

Wetgeving grootste obstakel

De verouderde en onduidelijke wetgeving zit Black Bear Carbon danig in de weg. Ondanks de nuttige circulaire bestemmingen kleeft aan recovered carbon-black (rCB) en ook aan de gewonnen pyrolyseolie het wettelijk predicaat afval. Dit hardnekkige euvel is al langer bekend en geldt voor tal van secundaire productstromen. De Europese wetgeving is nog grotendeels gericht op de lineaire economie en houdt weinig rekening met circulaire innovatie. Bepalend is de ‘afvalstatus’ in de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen, in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Wezenlijk voor rCB is dat het product de ‘einde-afvalstatus’ krijgt. Pas dan is het vrij verhandelbaar en zijn klanten bevoegd het product in te nemen als grondstof voor hun processen. Voor Black Bear Carbon is zoiets essentieel, ook naar investeerders toe. Tot 2020 konden bedrijven bij Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een ‘Toetsing afval of grondstof’ doen. Rijkswaterstaat oordeelde dan of een verwerkt materiaal de einde-afvalstatus kon krijgen, wat bedrijven rechtszekerheid bood. De overheidsorganisatie neemt echter geen nieuwe aanvragen meer in behandeling vanwege capaciteitsgebrek en verwijst naar de regionale omgevingsdienst. Deze stelt op haar beurt geen uitgaande stromen te mogen beoordelen volgens de richtlijnen van datzelfde Rijkswaterstaat. Vanwege deze onduidelijke en onwerkbare situatie heeft Black Bear Carbon nu voor alle overheidsniveaus zelf een verklaring opgesteld om uit te leggen waarom het product de einde-afvalstatus zou moeten krijgen. Een van de argumenten is dat het rubbergranulaat als erkend product al wordt toegepast in kunstgrasvelden. Daarmee is het geen afval meer. Het ministerie heeft dan wel aangegeven mee te willen denken over een oplossing, maar tot nu toe heeft het nog geen actie ondernomen en zo blijft deze impasse in stand.

circulariteit