Onderzoeksinstituut VITO onderzocht hoe de Europese textielindustrie meer circulair en duurzamer kan werken. In het ‘Plastics in textiles’-rapport ziet het kansen voor duurzame vezels, het beperken van microplastics en het verbeteren van gescheiden inzameling, hoogwaardig hergebruik en recycling. Van dit laatste komt nog weinig terecht. De gemiddelde Europeaan gebruikt jaarlijks 26 kg textiel en produceert 11,3 kg textielafval. Daarvan komt er in Europa 5,8 miljoen ton per jaar vrij. Minder dan 1% daarvan gaat naar hoogwaardige herverwerking. Voor de productie en het transport van al dat textiel zijn er per persoon jaarlijks 1,3 ton primaire grondstoffen, 100.000 liter water en 700 m² land nodig. De impact op het milieu is daarmee groot. Om de milieu­effecten te verminderen moet de sector volgens VITO inzetten op een langere levensduur van producten, meer hergebruik, en betere recycling. Dit zou betaalbaar zijn, omdat 71 % van de consumenten geld zegt over te hebben voor kwalitatieve kledij en zou overwegen om kledij tweedehands te kopen, door te verkopen, te herstellen of te huren. VITO benadrukt dat bij het maken van keuzes rekening moet worden gehouden met de hele levenscyclus van de vezel, de effecten van het vrijkomen van microplastics in het milieu en het sluiten van de kringloop. De gescheiden inzameling van textielafval die per 1 januari 2025 in alle lidstaten van de EU verplicht wordt, moet de sector snel circulairder maken. Dit biedt ook kansen voor verwerkers, want tegen die tijd zal er voldoende sorteer- en recyclingcapaciteit moeten zijn.

RecyclingCirculaire economieDuurzaamheidVITO