De capaciteit van de biomassa-energiecentrale van afval- en energiebedrijf Twence is flink vergroot. Een bewegende transportvloer zorgt nu voor de handling van de zware houtstromen in de aanvoerbunkers. De robuuste oplossing levert ook kostenbesparingen op.

Tekst: Pieter van den Brand

Twence was in 2008 een van de eerste bedrijven in Nederland met een biomassa-energiecentrale voor het opwekken van duurzame elektriciteit. De centrale staat samen met de afvalenergiecentrale op industrieterrein Boeldershoek in Hengelo (O). Dagelijks komen er zo’n 350 tot 500 vrachtwagens hun ladingen huishoudelijk restafval, gft, niet-herbruikbaar afvalhout, bedrijfsafval en bouw- en slooppuin naar het complex brengen. Twence verwerkt het afval in verschillende installaties tot grondstoffen en energie. Van de organische reststromen wordt het gft vergist, gaat een deel van het niet-recyclebaar houtresidu naar de pyrolysefabriek en het niet-herbruikbaar afvalhout en niet-composteerbaar groenafval naar de bio-energiecentrale. Sinds de laatste upgrade in 2018 wekt de centrale driemaal zoveel energie op en wordt er, net als in de afvalenergiecentrale, naast duurzame elektriciteit ook warmte (249 GWhth) geproduceerd. Afnemers zijn het warmtenet van Ennatuurlijk in Enschede en Hengelo (150.000 woningen) en de nabijgelegen zoutwinningslocatie van Nobian (voorheen AkzoNobel), dat de opgewekte stoom gebruikt voor het indampen van pekel.

Warmtenet

In de loop van 2022 gaat ook Grolsch in Enschede warmte afnemen voor het bierbrouwproces en het verwarmen van gebouwen. De duurzame warmte van Twence vermindert de inzet van enorme hoeveelheden aardgas. Grolsch, dat zijn bier in 2025 volledig klimaatneutraal wil brouwen, verwacht jaarlijks 3 miljoen kuub gas te besparen. De ambities van Twence om steeds meer energie en grondstoffen terug te winnen uit afvalstromen passen ook in die van de omgeving. Samen met zijn vijftien gemeentelijke aandeelhouders kijkt Twence naar de kansen voor een regionaal warmtenet voor de circa 100.000 extra woningen die er op termijn in de Twentse steden bijkomen. Ook wil het bedrijf zo bijdragen aan de Regionale Energiestrategie (RES) voor Twente.

Op deze schaal was dit vloersysteem voor ­intern transport van zware ­bulkstromen nog niet ­gebouwd.
Bob van Eerbeek

Aanvoerbunkers houtstromen

Al deze ontwikkelingen schragen de vernieuwingsoperatie achter de biomassa-energiecentrale van Twence, legt Bob van Eerbeek uit. Van Eerbeek is projectleider tijdens de grote onderhoudstops van de installaties van Twence, en was ook betrokken bij de upgrade van de centrale een aantal jaren terug. Een vergaande vernieuwingsslag voerde het bedrijf uit in de houthal met de vier aanvoerbunkers van de centrale. Vanuit deze bunkers worden de houtstromen naar een kettingbaan richting de biomassaketel geleid. “Het oude transportsysteem in de bunkers was aan vervanging toe”, legt Van Eerbeek uit. “Omdat we de capaciteit van de biomassa-energiecentrale aanzienlijk wilden vergroten, hadden we ook een grotere houtaanvoer nodig. Daarom zijn we op volledige nieuwbouw overgegaan.” De vijf meter hoge stortbunkers werden met stalen wanden (van 15 naar 22 tot 24 meter) uitgebreid door BELO Groep, dat de bunkers uitrustte met zijn Multifloor-transportsysteem (ook wel een ‘walking-floor’-systeem genoemd). “De bunkers hadden oorspronkelijk een schrapervloer, die nogal storingsgevoelig was geworden. Houtresten bleven hangen en stagneerden het proces. Ook de onderhoudskosten waren erg hoog”, verduidelijkt Van Eerbeek de uiteindelijke keuze voor het bewegende transportvloersysteem.

Walking-floor

De handling van de zware biomassastromen is geen eenvoudige processtap en vereist volop aandacht, vervolgt Van Eerbeek. “In een etmaal gaat er 450 ton hout doorheen. De engineering van de eerste vloer was dan ook zeker een uitdagende klus. Op deze schaal was dit systeem nog niet eerder gebouwd. Het is een uniek product, dat je niet zomaar uit de catalogus koopt.” De vloersystemen in de vier houtbunkers zijn speciaal ontwikkeld voor het interne transport van zware ­bulkstromen. Het hydraulisch aangedreven Multifloor-transportsysteem is gebaseerd op het principe van wrijving tussen vloer en lading. De vloer bestaat uit losse vloerdelen, die in verschillende patronen bewogen kunnen worden. De lading kan verplaatsen in stappen of in een continumodus. Hierbij is ook de transportrichting om te keren. De aaneengesloten vloerdelen, die voor de geleiding met speciaal ontwikkelde glijlagers worden ondersteund, zijn nauwelijks gevoelig voor vervuiling en daarmee storingen.

De toepassing van ­separate hydraulische circuits garandeert de hoge bedrijfszekerheid van het walking-floor transportsysteem.
Bob van Eerbeek

Separate circuits

Het systeem maakt per vloerdeel gebruik van een separaat hydraulisch circuit, waardoor deze onafhankelijk van elkaar worden aangestuurd. Bij dit project bij Twence is gebruik gemaakt van bestaande hydro-aggregaten en cilinders. De softwarematige aansturing van alle circuits samen geschiedt in een vast patroon. Voor elke toepassing is het optimale beweegpatroon in te stellen, afhankelijk van de gedragingen en eigenschappen van het betreffende bulkgoed. Het patroon kan zo gekozen worden, dat het bulkproduct bijna ononderbroken wordt verplaatst. Snelheid en richting van het systeem zijn nader in te stellen. De toepassing van separate hydraulische circuits garandeert de hoge bedrijfszekerheid van het walking-floor transportsysteem. Mocht binnen een van de circuits onverhoopt een defect optreden, dan neemt de functionaliteit van het totale systeem nauwelijks af. Door tegelijkertijd meerdere circuits toe te passen, kan de voor de verplaatsing gewenste kracht over de verschillende hydro-units met pompen worden verdeeld, elk met een laag vermogen en een laag energieverbruik. Het robuuste systeem is geschikt voor tal van zware bulkstromen, van biomassa tot bouw- en sloopafval.

Kostenbesparing

Hoewel het dus om een niet-standaard oplossing ging, zijn de implementatie en de finetuning binnen het gehele productieproces prima verlopen, volgens Van Eerbeek. “We hadden het systeem snel in de vingers. Doseren is belangrijk. De bunkers hoeven ook niet meer bereden te worden en kunnen vanaf één zijde geladen worden. Met de opgedane inzichten konden we de overige drie vloeren installeren. We hadden ook alle vertrouwen in de deskundigheid van de leverancier en wisten dat we zo tot een goed resultaat zouden komen. De vier bunkers worden in de avond met shovels volgereden, waarna de productie de hele nacht door kan draaien. Dat scheelt in diensten voor onze chauffeurs. Ook verwachten we dat we de komende jaren maar een minieme inspanning aan onderhoud hoeven te doen. Met de nieuwe centrale kunnen we nog jaren vooruit.”

________________________________________________

Multifloor

Op deze principetekening is een opstelling te zien met daarin een Multifloor. Hierin is goed te zien dat er met een sterk chassis gewerkt wordt voor de ondersteuning van de vloer. Ook is te zien dat de hydrauliek unit op een goed toegankelijke positie zit, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is. Optioneel zijn diverse maal- en snijassen mogelijk. (Ontwerp Multifloor van Belo, gebruikt voor de ­biomassa-stortbunkers bij Twence. (Beeld: BELO Groep))

Schuifvloerbiomassacentralecapaciteitsvergroting