Tekst: Pieter van den Brand | Fotografie: Muller Beltex

Monitoring is onmisbaar om de performance van een elevator te volgen en de continuïteit van processen zeker te stellen. Scheefloop van de elevatorband of ‘hete’ lagers moeten voorkomen worden. De technologie ontwikkelt zich in rap tempo.

Scheefloop is een berucht fenomeen bij elevatoren. Al in korte tijd kan het tot schade aan elevatorbanden en -bekers leiden, en storingen of zelfs stilstand geven. Er kunnen tal van oorzaken zijn, zoals een foute constructie van de trommels of onvoldoende spanning op de elevatorband. Met verschillende typen sensoren is bandscheefloop te meten.

Bij de bouw van nieuwe elevatoren is monitoring niet meer weg te ­denken
Danny Noordeloos, ­Muller Beltex

Scheefloop meten

Veelgebruikt zijn inductieve sensoren, die aan de achterzijde van de elevator het verloop van de boutkoppen monitoren over een bepaald detectievlak rond de bout. Het probleem bij deze sensoren is dat ze lastig zijn af te stellen, hun detectiebereik met de tijd afneemt en ze daarmee hun betrouwbaarheid verliezen. Ook kunnen ze alleen aan metalen (geen rvs) objecten meten, waardoor ze niet bruikbaar zijn bij kunststof elevatorbekers met rvs-bouten. Een vaak toegepast alternatief zijn capacitieve sensoren (gemonteerd achter een plexiglas-venster), die aan de zijkant van de elevatorband de afstand ten opzichte van de elevatorbeker meten. De ervaring met dit type sensoren is dat ze op termijn vervuilen en metingen eveneens onbetrouwbaar worden.

Bedrijven begrijpen steeds beter hoe belangrijk het is om ­productieverlies te voorkomen
Danny Noordeloos, Muller Beltex

Wrijvingswarmte

In opkomst zijn sensoren die scheefloop meten met behulp van wrijvingswarmte. Hiertoe wordt in de zijkant van de behuizing bij de trommel een PT-100 sensor met messing of rvs wrijfblok geplaatst die continu direct op de elevatorband de wrijvingswarmte (55-80 °C) meet. “Met de combinatie van wrijfblok en de PT-100 wilden we een veel nauwkeuriger meetinstrument introduceren om bandscheefloop te meten”, vertelt product-engineer Danny Noordeloos van Muller Beltex, dat de toepassing ontwikkelde. Het bedrijf is leverancier van elevatorbanden en -bekers in elevatoren voor het transport van bulkgoed in fabrieken en op- en overslaglocaties van havens. “Zo kun je een vooralarm instellen om bij 55 graden de producttoevoer te stoppen. Komt de temperatuur boven de grens van 80 graden uit, dan valt de elevator stil en kan er meteen onderzoek plaatsvinden zonder dat de installatie beschadigd raakt.” Bij de bandscheefloopsensor op basis van wrijvingswarmte maakt het voor de meting geen verschil of deze schoon is of vervuild, en daarmee is hij erg robuust en betrouwbaar, aldus Noordeloos.

‘Hete’ lagers

Een tweede bekend fenomeen bij elevatoren is dat de lagers van de trommels boven en onderin de elevator met stof uit het productmedium vervuild kunnen raken of droog lopen, een ‘heet lager’ in vaktaal. “Een basiseis bij de lagers van de elevatortrommel is goed onderhoud”, zegt Noordeloos. “Te veel vet inspuiten om de lagers te smeren is niet goed. Maar te weinig vet ook niet, omdat de lagers dan juist droog kunnen lopen.” Voor het bewaken van de lagertemperatuur ontwikkelde Muller Beltex een verstelbare PT-100 sensor die door middel van een adapter met smeernippel op de smeernippel-ingang op het lagerhuis wordt geplaatst. De smeerfunctie blijft zo behouden en extra openingen in de trommel zijn niet nodig. “De sensor meet binnenin direct op de lagering. Vaak kom je situaties tegen, waarin een PT-100 op de buitenkant van de behuizing van het lagerhuis is aangebracht. De gemeten lagertemperatuur is dan veel minder betrouwbaar. De sensor kan bijvoorbeeld buiten op het lagerhuis 35 graden meten, terwijl binnenin het kritische temperatuurniveau van zestig graden al kan zijn bereikt. Dan ben je dus al te laat.”

Toerenwachter

Muller Beltex heeft nog meer meetinstrumenten voor elevatoren in huis. Voor toerentalbewaking of slipdetectie van de elevatorband is er de ‘toerenwachter’. Dit apparaat meet tijdig of de elevatorband niet te slap komt te staan, om zo erger te voorkomen. Volgens Noordeloos wordt monitoring steeds belangrijker voor de procesbewaking van elevatoren. “Bij de bouw van nieuwe elevatoren zijn dit soort meetinstrumenten niet meer weg te denken. Het repareren van een beschadigde elevator en de bijkomende risico’s op eventuele stofexplosies kosten veel tijd en geld. Bedrijven begrijpen steeds beter hoe belangrijk het is om productieverlies te voorkomen. Hun elevatoren zijn zo een aanzienlijk langer leven beschoren. Gebruikers die daar niet voor kiezen, zijn teleurgesteld als er binnen een paar jaar toch schade optreedt en de elevator stilstaat, terwijl je dat had kunnen voorkomen. Als je geen deugdelijke monitoring toepast, ben je in principe altijd te laat.”

________________________________________________

Beheersen ­stofexplosies

Alle procesbewakingssystemen voor elevatoren van Muller Beltex zijn gecertificeerd volgens de ATEX-regelgeving voor het voorkomen van stofexplosies. Voor het beheersen van stofexplosies tijdens een incident biedt het bedrijf eveneens tal van beveiligingsmaatregelen. Een ervan is drukontlasting door middel van breekplaten. Hiermee wordt de overdruk in de elevator tijdens een stofexplosie gecontroleerd afgevoerd, om deze tegen de verwoestende drukgolf bij een stofexplosie te beschermen. Bij uitpandige elevatoren is het gebruikelijk om standaard explosiedruk-ontlastingspanelen toe te passen. Inpandig biedt juist vlamloze drukontlasting uitkomst. Deze wijze van ontluchting zorgt voor een veilige afvoer van de explosiedruk door de absorptie van de vrijgekomen energie, die zich bij een stofexplosie in de afgesloten ruimte van de elevator verspreidt. Hiermee wordt het verspreidingsrisico van vlammen naar aangrenzende processen verminderd, waardoor operators en nabije apparatuur beschermd worden.

monitoringmonitoringsysteemlevensduurverlengingelevatoren