Rondom de presentatie eind mei van hun rapport ‘Toekomst van de industrie’ organiseerde Ingenieursbureau DHV uit Amersfoort een seminar om met vertegenwoordigers uit die industrie van gedachten te wisselen. Conclusie: ‘Voor iedere ingenieur is dit de tijd van zijn leven’, oftewel de uitdagingen liggen voor het oprapen. ‘De Nederlandse industrie wordt niet meer zoals het is geweest. Het wordt alleen maar beter, namelijk schoner en productiever. De kampioenen van de toekomst zijn bedrijven die duurzaamheid en technologie het best weten te combineren. ‘The absorptive capacity’ van de bedrijven zelf is daarbij doorslaggevend en hun strategie om met anderen kennis en arbeid te delen’, aldus Oedzge Atzema, hoogleraar economische geografie Rijksuniversiteit Utrecht. Vandaar dat Rijksuniversiteit Utrecht en Ingenieursbureau DHV de handen ineen sloegen om de toekomst van de industrie in kaart te brengen. Natuurlijk is het uitgangspunt een Swot-analyse. Maar het rapport duidt ook trends en ontkomt daarbij niet aan vergrijzing en het (toekomstige) tekort aan technici. En de onderzoekers reiken vervolgens handvatten als ‘globalisering en concurrentie: meer kans dan bedreiging’. Aansluitend waren de aanwezigen bij de presentatie aan zet en werden ze uitgenodigd onder leiding van ‘ervaringsdeskundigen’ André Veneman (Corporate Director Sustainability & HSE bij AkzoNobel), Harry Loozen (Directeur Public Affairs bij Océ) en Rino Schreuder (Directeur EMD Centre) hun gedachten te laten gaan over duurzaamheid, personeelsbeleid en economie en concurrentiepositie. Aan de hand van het voorbeeld binnen hun eigen bedrijf, beantwoordden de drie vragen en probeerden ze de aanwezigen op het goede spoor voor de toekomst te zetten. Meer over deze bijeenkomst leest u in het septembernummer van Solids Processing.