Hoe hakt de industrie met het coranabijltje? Is het crisis, business as usual of wordt er geprofiteerd van de situatie? Het beeld is gemêleerd. Optie 3 heb ik de laatste tijd regelmatig langs horen komen. Ik durf inmiddels wel te stellen dat de bulkverwerkende sector zich er aardig doorheen vecht. Dit komt mede omdat een aantal poeder- en stortgoedverwerkende sectoren draait als een tierelier. Ik meldde het al eerder in een van mijn columns: als er één industrietak de vruchten plukt van de pandemie is het wel de voedingsmiddelenindustrie. Beperk ik me even tot de Nederlandse levensmiddelensector, dan hoef je alleen maar naar de omzetcijfers van de supermarkten te kijken om je conclusies te trekken. Tijdens het hamsteren in maart waren de verkopen gewoon vergelijkbaar met een kerstperiode, daarna normaliseerde de zaak wat, maar bleven de omzetten vaak structureel hoger – tot wel 10% boven dezelfde periode in 2019. Cijfers van IRI laten zien dat er bijvoorbeeld dit voorjaar veel meer snacks werden verkocht. Logisch, want een borrelgarnituurtje op het terras was er niet meer bij. Maar ook na de ‘lockdown’ bleven de verkopen op een hoger peil. Er is namelijk meer aan de hand. Zo kopen we met zijn allen meer aardappels. Diepvries/koelvers of ongeschild, de verkoop ligt structureel hoger. Belangrijke reden is dat er veel meer mensen thuis werken, dit geeft meer tijd om aan het avondeten te besteden, dat meer vanaf de basis wordt bereid. Niet alles loopt als een trein natuurlijk. Zo is de verkoop van kant-en-klaarmaaltijden ingezakt, en fors ook. Die zijn klaarblijkelijk minder nodig. Inzoomend op specifiek de solidsmarkt is chocolade een interessante. Het troost- en verwenproduct verkocht beter dan ooit toen de ‘intelligente lockdown’ inging. Verkade bevestigde de hausse in een interview met het vakblad VMT. Fabian van Schie, commercieel directeur Verkade, zegt daarin dat ze de fabriek draaiende moesten houden om aan de toenemende vraag te voldoen. Klinkt als het opzoeken van de grenzen van je productiecapaciteit of niet flexibel genoeg zijn om snel in te spelen op veranderende marktvraag. Over dat laatste hoor je producenten niet snel, liever halen ze personeelstekorten als oorzaak aan. Dit is echter maar een deel van het probleem. De angel zit ’m in een verouderd machinepark, geen onderhoudsvisie en jaren van knijpen op uitgaven in productie in plaats van te investeren. Ik had hier laatst een interessant gesprek met een onderhoudsspecialist die per jaar tientallen bedrijven van binnen ziet. Hij legde de vinger op de zere plek. De industrie investeert te weinig in de betrouwbaarheid van zijn productie en ontbeert een toekomstvisie. Het is niet ongewoon dat bedrijven in de stortgoed- en bulkverwerkende industrie ervoor kiezen hun machinepark op te voeren in plaats van uit te breiden. Het gevolg: installaties die op het randje van hun kunnen draaien en daaroverheen. Tel daarbij op dat onderhoud vooral brandjes blussen is én een stelselmatige bezuinigingspost, en de TD 2.0 in plaats van 4.0, en je begrijpt dat het gaat piepen en kraken als je ineens veel meer moet produceren. Keer het om en grijp ‘corona’ aan voor herbezinning. Je hoort het nu overal om je heen: straks moet het allemaal anders…beter, slimmer, toekomstbestendig. Ik zeg: doen. ●

corona