Biomassa is, op windenergie na, inmiddels de ­belangrijkste bron voor duurzame stroom in Nederland. Maar waar ‘we’ in windenergie bepaald niet (meer) vooroplopen, doen we dat in ­biomassa nog wel. Zeker op het gebied van pyrolyse, waarbij vloeibare olie ­gemaakt wordt uit organische ­materialen, zijn kennisinstituten, universiteiten, ­producenten en afnemers in de energiesector samen inmiddels hard op weg naar een koppositie in de wereld. En dat is goed nieuws, zegt IJsbrand ­Galema, ­directeur van Stramproy Green Coal uit Steenwijk. “De ­toekomst voor deze nieuwe technologie is immers ­veel­belovend.” Om zijn woorden op waarde te kunnen schatten, eerst maar even de techniek. Bij pyrolyse wordt onder min of meer zuurstofloze omstandigheden een ­organische reststroom verhit tot enkele honderden graden. Daardoor verdwijnt het water uit de biomassa, andere ­chemische ­verbindingen komen vrij en er blijft een ­geconcentreerde ­vaste of vloeibare stof over. Bij langzame of lagetemperatuur pyrolyse, ook wel torrefactie of ‘roosteren’ genoemd, kan de massa geperst worden tot ­handzame pellets (staafjes) of brickets, die weer als brandstof kunnen dienen. Meer biomassa Anders wordt het als je meer biomassa kunt gebruiken, ­zoals riet, stro, bermgras of maïsstengels. En al helemaal als ook agrarisch afval of swill – resten uit de voedingsmiddelen­industrie – gepyrolyseerd kunnen worden. Wie dat procédé als eerste beheerst en weet te vermarkten, is spekkoper. Maar dat is makkelijker gedacht dan gedaan. BTG Bioliquids BV, een spin-off van de TU Twente, is hier al ruim 10 jaar mee bezig en voert snelle pyrolyse uit met diverse biomassa­stromen. Na een demonstratie­project in Maleisië start het volgend jaar met een pyrolysefabriek bij AkzoNobel in ­Hengelo die zo’n 22.000 ton ­zuivere pyrolyse-olie gaat ­produceren. “Pyrolyse-olie is de helft goedkoper dan ­biodiesel en kan met huisbrandolie concurreren. Azijn- en mierenzuur kunnen we eruithalen. Die ­stoffen kan Akzo weer goed gebruiken”, zegt Gerhard ­Muggen, directeur van moederbedrijf BTG-BTL. Net als Stramproy wil BTG-BTL de productie grotendeels naar het buitenland verleggen. “We hebben ­recent een ­grote ­opdracht gekregen voor pyrolyse-oliewinning uit ­resten van palm en suikerriet”, vertelt Muggen. “Daar, in ­groene OPEC-landen als Canada, Brazilië of Maleisië, zal de echte groei plaatsvinden. Het westen neemt die olie daarna weer af.” Hoger in de keten Energieonderzoeksbedrijf ECN mikt nóg hoger in de keten. “Wij onderzoeken nu pyrolyse-producten uit afval dat vrijkomt bij papierproductie”, zegt ­projectleider Paul de Wild. “Zulke producten hebben een waarde van ruim 10.000 euro per ton. Dan heb je het niet langer over biobrandstoffen, maar over groene chemie.”