De seinen voor 2011 staan op groen voor verdere productiegroei in de industrie, afgaande op de hoge scores die diverse indexen van inkoopmanagers momenteel weten te bereiken. Het groeitempo valt naar verwachting echter wel terug: van 6,4% in 2010 naar een nog altijd sterke +2,8% in 2011. Hogere afzetprijzen in de voedingsmiddelenindustrie zor­gen voor volumedruk, waardoor voor die branche een nulgroei wordt verwacht. Ook een ander zwaar­gewicht in de Nederlandse industrie, de chemie­ sector, groeit met 1,5% onder het gemiddelde van de industrie. Sterke groei zit in de technische maak­ industrie, in het bijzonder de transportmiddelen­ industrie (+20%). <u>Industrie algemeen</U> Het buitenland, in het bijzonder Duitsland, heeft de Neder­landse industrie weer in het zadel geholpen. De Duitse eco­nomie groeide in 2010 met 3,5%, de industriële productie met 11,5% en mede hierdoor steeg de industriële productie in Nederland met 6,4%. Het is vooral de technische maak­industrie en toeleveranciers die profiteren van het Duitse herstel. De maakindustrie (inclusief metaal) in Duitsland neemt 61% van de Duitse industriële productie voor haar rekening. In Nederland ligt dit percentage op 32%. Voeding en chemie zijn grotere branches en dit verklaart het huidige verschil in productiegroei tussen Nederland en Duitsland. <u>Machinebouw: profiteren van aantrekkende investeringen</u> Machinebouwers zijn bij uitstek gevoelig voor conjuncturele schommelingen. Wanneer de vraag naar eindproducten daalt, valt de vraag naar nieuwe machines om deze pro­ducten te maken soms bijna volledig uit. De productiekrimp bedroeg gemiddeld in de branche 20% over de periode 2008­2009. Langzaam komen de bedrijfsinvesteringen weer op gang. Het gaat hierbij niet alleen om vervangingsinves­teringen, maar zeker bij de bedrijven die sterk uit de crisis zijn gekomen ook om uitbreidingsinvesteringen. De produc­tiegroei over 2010 voor machinebouwers kwam uit op ruim 17% en voor 2011 wordt een groei voorzien van 5%