Positief is de sterke groei van de farmaceutische industrie. Na een recordgroei in het eerste kwartaal van 2025 zorgden de Amerikaanse invoerheffingen op geneesmiddelen wel weer voor een drukkend effect.

Beter gaat het ook met de voedingsmiddelenindustrie en de papierindustrie, en ook de kunststofproducenten kunnen weer even ademhalen. Producenten van kunststofproducten en voedingsmiddelen kennen gemiddeld genomen een wat minder hoog energieverbruik dan de basisindustrie. De kunststof heeft wel met hogere inkoopkosten te maken vanwege de energie-intensieve plastics die ze verwerkt. Papier doet het relatief beter door de veelzijdige toepassing van papier, onder meer in verpakkingen. Dat segment profiteert van de groei van e-commerce. Ook bouwmaterialen zullen in 2026 naar verwachting meer in trek zijn door een aantrekkende bouwactiviteit.

De chemie had het zwaar en hierin komt ook in ’26 weinig verbetering. Er is hooguit sprake van een stabilisatie, die overigens al in de zomer inzette. De verminderde productiecapaciteit door de sluiting van 8 grote chemiefabrieken of onderdelen daarvan, werkt door. Dit geeft verdere druk op de productie en chemische clusters.

Bedrijven in de chemie blijven ook in 2026 tegen een drietal hardnekkige knelpunten aanlopen, becijfert ING.

  1. Ten eerste de geringe vraag in de belangrijkste markten;
  2. Ten tweede energiekosten die in Europa structureel relatief hoog zijn en tot wel 4 x hoger dan in de VS
  3. Ten derde een overvloed aan goedkope import uit Azië. Ook de Amerikaanse invoertarieven en de forse mondiale overcapaciteit blijven de exportvraag drukken, vooral in de basischemie.

Door dit alles staan ook verduurzamingsstappen onder druk, waardoor investeringen in een groenere chemie vertraging oplopen. Maatwerkprogramma’s met de overheid lopen ook vertraging op, omdat die ook een pas op de plaats maakt.