Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Meld u nu aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief.
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

       

MAGAZINE

Solids Processing 2016-3 24-05-2016
Blader door de digitale editie van het complete magazine
Solids Processing 2016-3
Nieuwe Atex 114-richtlijn heeft vooral gevolgen voor importeurs en distributeurs; de gevaren van stofafzettingen en de gevolgen voor zonering; poedermeng-specialist Huijbregts investeerde voor geur-neutrale mengsels; Euro Manchetten & Compensatoren en Kie

Verschenen: 24-05-2016
Unlocking future factories Industrial Processing 2016
Unlocking future factories
Industrial Processing 2016 Van 4 tot en met 7 oktober 2016 treft de Nederlandse procesindustrie elkaar weer in de Utrechtse Jaarbeurs. Industrial Processing is de grootste vakbeurs voor de totale natte en droge procesindustrie in de Benelux. Hier ziet u met eigen ogen de laatste ontwikkelingen.

Het slimste procesevent van de Benelux staat geheel in het teken van Unlocking Future Factories. Live demo’s, kennissessies, interactieve beurspresentaties, innovatieprojecten en state-of-the-art technologie zorgen ervoor dat de Fabriek van de Toekomst tot leven komt. Bezoekers van Industrial Processing in 2014 is gevraagd aan te geven welke onderwerpen belangrijk zijn als het gaat om de Fabriek van de Toekomst. Onder andere gaat het om de volgende thema’s: • energie-efficiency • grondstoffengebruik • factory automation • mens in de fabriek van de toekomst Exposanten, sprekers en partners zullen met deze inzichten hun beursdeelname inhoud geven en zo bijdragen aan Unlocking Future Factories.
pagina 15
Atex 114 heeft vooral gevolgen voor importeurs en distributeurs Eindgebruiker krijgt meer zekerheid over kwaliteit en veiligheid van producten
Atex 114 heeft vooral gevolgen voor importeurs en distributeurs
Eindgebruiker krijgt meer zekerheid over kwaliteit en veiligheid van producten Met ingang van 20 april is de nieuwe Atex 114-richtlijn van kracht, die Atex 95 vervangt. De nieuwe richtlijn - officieel de 2014/34/EU - heeft geen ingrijpende gevolgen voor fabrikanten en gebruikers van Atex-apparatuur, omdat er geen veranderingen zijn ten aanzien van de essentiële veiligheidseisen of voor de apparatuur waarop Atex van toepassing is. De nieuwe richtlijn heeft met name gevolgen voor importeurs en distributeurs. Zij krijgen meer verantwoordelijkheid voor de producten die zij importeren of op de markt brengen en de informatievoorziening daarover. Dat is ook belangrijk voor eindgebruikers, die zo meer zekerheid krijgen over de kwaliteit en veiligheid van de producten die ze afnemen.

“Het doel van de CE-regelgeving, en dus ook van de Atex-richtlijn, is vrijheid van handel door een minimum veiligheidsniveau te garanderen”, zegt Leo van Schie, projectmanager explosieveiligheid bij Dekra Certification. “Producten die op de Europese markt komen, moeten aan minimum veiligheidseisen voldoen. Tot nu toe was de kans echter reëel dat producten die van buiten de EU kwamen niet geheel aan die eisen voldeden, hoewel ze toch het CE-teken hadden”. Dat kan natuurlijk consequenties voor de veiligheid met zich meebrengen. “Voor importeurs en distributeurs bestond in principe niet echt de noodzaak om te controleren of het CE-teken terecht was aangebracht, omdat de fabrikant uiteindelijk toch verantwoordelijk is. Maar hoe spreek je een producent in bijvoorbeeld China aan?” vraagt Van Schie zich af.
pagina 16
Zijn extra maatregelen in stoffige ruimten nodig? Risico’s van stoflagen
Zijn extra maatregelen in stoffige ruimten nodig?
Risico’s van stoflagen In dit artikel wordt de huidige wetgeving belicht met betrekking tot zonering wanneer er sprake is van stoflagen en hoe dit in de praktijk wordt toegepast. Vervolgens worden de gevaren van stofafzettingen geëvalueerd.

Er is soms verwarring over de gevaren van stofafzettingen, met name rondom installaties opgesteld binnen gebouwen. Het is algemeen bekend dat dergelijke stofafzettingen een gevaar vormen voor een secundaire stofexplosie. Als er een explosie optreedt in apparatuur die niet goed beschermd is, kan de vlam (in combinatie met de luchtstroom en de drukgolf) van deze primaire explosie dergelijke stofafzettingen doen opwervelen, wat kan leiden tot secundaire stofexplosies. Echter, als apparatuur goed beschermd is (bijvoorbeeld explosiedrukontlasting naar buiten, met voldoende explosiecompartimentering en geen lekken die alsnog aanleiding geven tot vlammen in de ruimte), kan worden gesteld dat er geen risico is op dergelijke secundaire explosies en er geen maatregelen met betrekking tot stofexplosiepreventie nodig zouden zijn in een stoffige ruimte. Dergelijke preventieve maatregelen omvatten Atex-zonering en het gebruik van Atex-gecertificeerde apparatuur binnen het gezoneerd gebied.
pagina 18
Wereldspeler in poeders mengen investeert in flexibiliteit Huijbregts neemt nieuwe mengfabriek voor poeders in gebruik
Wereldspeler in poeders mengen investeert in flexibiliteit
Huijbregts neemt nieuwe mengfabriek voor poeders in gebruik Opnieuw realiseerde poedermengspecialist Huijbregts een flinke uitbreiding. Dit keer betreft het ultramoderne nieuwbouw voor geurneutrale mengsels. De hoogst mogelijke flexibiliteit was het doel en dit is in alle facetten van het mengproces doorgevoerd. Acht mobiele mengers opereren volautomatisch, van grondstof afhalen tot en met het reinigen. “Tot vijf minuten voor aanvang kunnen we het proces van A tot Z aanpassen. Zelfs zeven voor storten is mogelijk, naast talrijke verpakkingsopties. Ook koos Huijbregts voor negen stofafzuigunits met makkelijk reinigbare én snel wisselbare stoffilters”, vertelt Jos van Roij, verantwoordelijk voor alle machinebouw bij Huijbregts.

Door de recente uitbreiding ontstaat een scheiding tussen geurende en nietgeurende poedermengsels. De kans op contaminatie is hiermee verkleind tot het absolute minimum. De efficiency en flexibiliteit nemen daarnaast aanzienlijk toe. Het continu innoverende familiebedrijf is tachtig jaar geleden door de vader van de huidige eigenaar Frans Huijbregts opgezet. De oprichter startte destijds met het mengen van kruiden en specerijen voor de slagersbranche. In 1980 nam Frans het bedrijf over en specialiseerde hij zich in het mengen van droge poeders en granulaten voor de voedingsmiddelenindustrie.
pagina 20
One-stop-shop voor filterdoek en stofafzuigsysteem Jarenlange samenwerking moet succesgarantie opleveren
One-stop-shop voor filterdoek en stofafzuigsysteem
Jarenlange samenwerking moet succesgarantie opleveren Hoewel Euro Manchetten & Compensatoren en Kiekens Products al langer intensief samenwerken, is dat onlangs in een vastere vorm gegoten, namelijk een driejarig contract. “Beter voor de levertijden, de kwaliteit waar wij voor staan, innovaties en prijsbeheersing”, legt Menno Meijer, operationeel directeur bij Kiekens, uit. Naast Menno vergezellen Walter van Loon, directeur bij Euro Manchetten, en Henk Oude Voshaar, manager bedrijfsbureau bij Kiekens, ons door de fabriek langs diverse producten die het resultaat zijn van de samenwerking.

Op de productielocatie van Kiekens, fabrikant van ontstoffingsinstallaties, industriële stofzuigers en ventilatiesystemen, in Almelo worden vrijwel alle onderdelen van de apparatuur zelf gemaakt, vertelt Meijer. De ontstoffingsinstallaties zijn er in hoog en laag vacuüm, mobiele uitvoeringen en als centraal geplaatste units en zijn, indien gewenst, Atex-gecertificeerd uitgevoerd. Operationeel directeur Menno Meijer leidt het ruim honderd jaar oude Kiekens nu sinds een jaar, na overname van een meerderheidsaandeel door een investeringsmaatschappij. “We voeren hier een paar specifieke ‘kunstjes’ uit die collegabedrijven veelal door derden laten doen, zoals forceren, metaal over een mal ‘trekken’ en het in eigen beheer maken van de waaiers van onze ventilatoren.” Natuurlijk ondervond ook Kiekens de afgelopen jaren hinder van de crisis. Investeringen en innovaties waren geen eerste prioriteit. De huidige eigenaar wil daar verandering in brengen. “60 procent van onze leveringen is klantspecifiek, engineered to order. Daarvoor hebben we vier engineers die alle klantwensen vertalen naar de werkvloer en naar de uiteindelijke levering.” Met die innovaties lijkt het dus wel goed te zitten. Maar om de maakindustrie in Nederland te houden, zijn nog wat extra stappen nodig, zo ook hier.
pagina 24
PowTech 2016: compleet aanbod van solids-technologie Internationaal aanbod, druk bezocht
PowTech 2016: compleet aanbod van solids-technologie
Internationaal aanbod, druk bezocht PowTech, de grootste Europese beurs voor stortgoed, vond plaats van dinsdag 19 tot en met donderdag 21 april in Nürnberg (D). Zo’n negenhonderd exposanten in zes hallen met een totale oppervlakte van 52.000 m˛, met ruim 15.000 bezoekers in drie dagen. Alles wat te maken heeft met technologie voor het verwerken van poeders, granulaten en stortgoed was hier te vinden. Gericht op de chemische industrie, food, diervoeding, keramiek, papier en bouwmaterialenproductie. Teveel om te beschrijven. Vandaar, als terugblik, deze foto- impressie.
pagina 28
Mens en milieu staan voorop bij Boss Paints Stof afzuigen waar het ontstaat
Mens en milieu staan voorop bij Boss Paints
Stof afzuigen waar het ontstaat De explosieveilige, robuuste stofafzuiginstallatie bij verfproducent Boss Paints zorgt ervoor dat medewerkers veilig en in een gezonde werkomgeving batchgewijs verf kunnen produceren. Ook is er geen stofoverlast voor de directe omgeving rond het bedrijf. Stof wordt afgezogen waar dit ontstaat, zodat de gevarenzones zo klein mogelijk zijn, legt Johan Hoste uit. Dankzij de Sinbran-filters in de installatie is de stofuitstoot minder dan 0,5 mg/m3, ofwel tien keer lager dan de norm. De installatie vraagt nauwelijks onderhoud, omdat perslucht de filters frequent reinigt.

Mens en milieu staan bij verffabriek Boss Paints in het West-Vlaamse Waregem duidelijk voorop. Johan Hoste, manager gebouwenbeheer en faciliteiten, kan het niet genoeg benadrukken. “Natuurlijk moeten we als producent voldoen aan de arbeidsomstandighedenwetgeving, maar minstens even belangrijk is dat onze medewerkers niet ‘wit’ naar huis gaan door de stofontwikkeling in de fabriek, en ook de woningen in de directe omgeving hiervan gespaard blijven.” De productie kan dan ook alleen maar starten als de stofafzuiginstallatie ’s morgens met een knop is aangezet. Als de productie eind van de dag stopt, zet een operator de installatie met dezelfde knop weer uit.
pagina 34
Reductie persluchtreiniging brengt spectaculaire standtijdverlenging Sterk advies over ontstoffing leidt tot forse kostenbesparing bij cacaoverwerker
Reductie persluchtreiniging brengt spectaculaire standtijdverlenging
Sterk advies over ontstoffing leidt tot forse kostenbesparing bij cacaoverwerker De afgelopen tien jaar investeerde Nederlands kleinste cacaoverwerker flinke bedragen. De productiecapaciteit van Tulip Cocoa vervijfvoudigde zo tot 15.000 ton per jaar. Een nuttig advies over filterkastinstellingen en -doeken brachten het bedrijf daarbij een enorme stap vooruit. Ondernemer Gert van Roekel: “Een geringe investering per filterkast heeft een stabieler proces in de volle breedte opgeleverd. Op veel vlakken behalen we financiële voordelen. Maar de ontstane rust is van nóg grotere waarde.”

Ondernemersgeest kan hem niet ontzegd worden. Eigenaar Gert van Roekel werkte ooit als operator bij een producent van mengvoeders voor varkens, runderen en kippen. In 2003 trok hij de stoute schoenen aan en startte hij samen met zijn broer Frans een bedrijf in cacaoverwerking. Ze namen de cacaofabriek van Jamin in Oosterhout over. “We zijn vanaf nul begonnen en hebben al onze kennis opgebouwd middels een leerproces van vijf jaar”, licht Van Roekel de enorme uitdaging toe. Zijn opgebouwde expertise bleef bepaald niet onopgemerkt. Een handelsonderneming benaderde Van Roekel voor de aanvoer van cacaobonen en de verwerking tot cacaoproducten. De samenwerking bood na vier jaar zoveel perspectief dat de handelsonderneming in 2007 besloot om een deel van de financiering van de investeringen op zich te nemen en mede-eigenaar te worden. De laatste jaren volgde de ene vervanging en uitbreiding op de andere.
pagina 36
Brandgevaar bij sproeidrogers Smeulend product snel detecteren met behulp van CO-detectie
Brandgevaar bij sproeidrogers
Smeulend product snel detecteren met behulp van CO-detectie Branden en explosies vormen bij sproeidrogen in de zuivelindustrie een reëel gevaar. Incidenten uit het verleden leren dat in de meeste gevallen de oorzaak van de branden rechtstreeks terug te voeren is op zelfontbrandingsprocessen van afzettingen binnen de drooginstallatie. Meerdere procesbeheersende controlemaatregelen, zoals het bewaken van het sproeibeeld van de nozzles, temperatuurbewaking en het proberen te voorkomen van stoflagen, blijken niet afdoende om het risico naar een gewenst niveau te krijgen. Explosies blijken veelal een gevolg van de brand te zijn, niet andersom. Dergelijke incidenten kunnen echter toch worden voorkomen: met een methode die zelfontbranding detecteert in een vroeg stadium, voordat het tot een open brand komt.

Afhankelijk van het vocht- en vetgehalte en de luchtstroom vormen smeulnesten solide en compacte structuren waaraan steeds nieuw product zal hechten. Vanwege de slechte diffusie van zuurstof door de poriën zal het smeulnest van binnen naar buiten langzaam groter worden. Diverse tests hebben uitgewezen dat kleine smeulende brokjes van zuivelproducten een relatief lage oppervlaktetemperatuur hebben en dat ze daarom niet erg effectief zijn als ontstekingsbron voor een stof-luchtmengsel. De lage oppervlaktetemperatuur maakt dat deze brokjes lastig door infrarood sensortechnologie te detecteren zijn totdat ze uit elkaar breken en de hete kern een ontstekingsbron kan worden. In de regel zal een dergelijke compact gloeiende afzetting slechts een ontstekingsbron worden wanneer deze loskomt en onderin de toren of het fluidbed uiteenvalt. Dat uiteenvallen kan overigens ook gebeuren in andere, secundaire installatiedelen, bijvoorbeeld tijdens transport. Het is dan ook essentieel om smeulend product in een vroeg stadium te detecteren zodat passende maatregelen kunnen worden genomen.
pagina 40
OCI Nitrogen start vijf maanden na brand weer op Gelukkig hebben zich geen persoonlijke ongelukken voorgedaan
OCI Nitrogen start vijf maanden na brand weer op
Gelukkig hebben zich geen persoonlijke ongelukken voorgedaan “Eigenlijk is er nooit gevaar geweest voor persoonlijk letsel. Maar de impact was groot, door de brand zijn we vijf maanden buiten bedrijf geweest. Inmiddels zijn we weer succesvol opgestart. We hebben de tussenliggende tijd niet alleen gebruikt om de fabriek te herstellen, maar ook om onze medewerkers nog eens extra te scholen.” Aan het woord is Jos Claassen, plantmanager van de kunstmestfabriek van OCI Nitrogen in Geleen en verantwoordelijk voor alles wat te maken heeft met de productie. Daar valt veiligheid ook onder.

De brand die op 30 september 2015 uitbrak op het complex had behoorlijk wat gevolgen voor de productie. Naast het feit dat de kunstmestfabriek volledig stil kwam te liggen, moesten ook de andere fabrieken (ammoniak, ureum) hun capaciteiten aanpassen. Er was relatief gezien geen grote mechanische schade, maar toch was de impact enorm. Jos Claassen vertelt dat de brand ontstond door laswerkzaamheden. “De brand is begonnen in de kelder van het gebouw waar logistieke activiteiten plaatsvinden en is overgeslagen naar ons zogenoemde hoofdschakelstation. Daarin zitten alle elektronische voorzieningen en apparatuur voor de stroomvoorziening van de kunstmestfabriek. Dan moet je denken aan kabels, motorverdelers, hoofdschakelkasten, trafo’s, zowel op 10 kilowattniveau als 400 en 500 volt. Dat is allemaal stukgegaan. Hierdoor kwam de kunstmestfabriek stil te liggen. Het hoofdschakelstation heeft bovendien een koppeling met de ICR-ruimte (instrument control room). Dat is een ruimte met alle instrumentatie die ervoor zorgt dat kleppen, beveiligingsvoorzieningen en dergelijke de juiste voeding krijgen. Ook hier was de schade groot. Er was ook logistieke schade, maar die was wel tijdelijk op te lossen.” Het stilvallen van de kunstmestfabriek had uiteraard consequenties voor de leveranciers van grondstoffen. “Aan de kunstmestproductie zijn nogal wat andere fabrieken van onszelf gelieerd, die zijn ook deels uit bedrijf genomen. Zo hebben we de productie in één van onze ammoniakfabrieken moeten stopzetten. Daarnaast is er een koppeling tussen onze kunstmestfabriek en onze ureumfabriek. Ook daar kon een bepaalde stroom niet worden afgezet naar de kunstmestfabriek, waardoor ook die fabriek maar op halve kracht heeft gedraaid. Ook onze leverancier van dolomiet, een andere grondstof voor kunstmest, heeft vijf maanden lang niet kunnen leveren.”
pagina 42
De jury is er klaar voor! Inzendtermijn Proces Innovatie Prijs 2016 sluit eind mei
De jury is er klaar voor!
Inzendtermijn Proces Innovatie Prijs 2016 sluit eind mei Dit najaar wordt op 4 oktober, de eerste dag van de beurs Industrial Processing in Utrecht, weer de Proces Innovatie Prijs uitgereikt tijdens een feestelijke award-show. De vorige edities kenmerkten zich door een groot aantal inzendingen en interessante producten en vindingen. De PIP is een initiatief van de Vereniging Machevo & Bulk en Jaarbeurs, de organisator van de beurs. Ook voor deze editie hebben zij aan de schrijver van dit artikel, hoofdredacteur van Solids Processing Henk Klein Gunnewiek, gevraagd om als juryvoorzitter op te treden en een vakjury samen te stellen.

Er wordt zowel een jury- als een publieksprijs uitgereikt. Voor leveranciers is het uiterst interessant om mee te doen. Eerdere winnaars gaven aan dat een award extra marktkansen biedt aan een product. Meer informatie over voorwaarden en deelname vindt u op www.solidsprocessing.nl/pip en www.industrialprocessing.nl/pip. De inzendtermijn voor inzendingen sluit op 27 mei 2016. De vakjury gaat alle inzendingen beoordelen en selecteert op 21 juni de genomineerden, voor zowel de vakprijs als de publieksprijs. Het publiek kan vervolgens middels een stemming op het internet bepalen welke genomineerde de publieksprijs in ontvangst mag nemen. De vakjury kiest de uiteindelijke winnaar van de vakprijs. Hieronder stelt de jury zich graag aan u voor.
pagina 46
Plant Manager of the Year 2016 komt zeker uit Rotterdam Winnaar een jaar lang ambassadeur chemische industrie Nederland
Plant Manager of the Year 2016 komt zeker uit Rotterdam
Winnaar een jaar lang ambassadeur chemische industrie Nederland De Plant Manager of the Year 2016 heeft drie Rotterdamse nominaties voor de finale opgeleverd. Het zijn Koos Donkers, terminal manager bij Vopak, Robert van den Kieboom, directeur van Euroliquids Europoort en Jeroen van Woerden, sitemanager bij Kemira Rotterdam. Alle drie benadrukken ze dat ze hun nominatie mede te danken hebben aan hun team. Maar zij vormen duidelijk de motor achter hun bedrijf op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en productiviteit.

“Onze goede prestaties zijn veel mensen opgevallen en dat is leuk.” Aan het woord is Robert van den Kieboom (44), directeur bij Euroliquids in Europoort Rotterdam. Daar produceert het bedrijf vloeibare meststoffen voor voornamelijk de land- en tuinbouw, maar ook voor andere toepassingen in de chemische industrie. Er werken 25 mensen bij het bedrijf. Van den Kieboom toont zich verrast door de nominatie. “Leuk is ook dat anderen me hebben opgegeven. Ik had nog niet door dat onze prestatie bij een aantal mensen zo goed aansloeg. We zijn een betrekkelijk klein bedrijf en de verkoop loopt ook via een zustermaatschappij, Van Iperen, die veel meer naamsbekendheid in de markt geniet. We zitten in Europoort achter een hek met heel weinig reclame-uitingen. Bovendien zijn er wel meer bedrijven waar hard wordt gewerkt.”
pagina 48
Poedercoating met minder uitval Investering persluchtinstallatie binnen vijftien dagen terugverdiend
Poedercoating met minder uitval
Investering persluchtinstallatie binnen vijftien dagen terugverdiend Federal Mogul verbeterde in haar vestiging in Aubange, België de efficiëntie van de poederlaklijn met 3 tot 4 procent dankzij de investering in een nieuwe olievrije persluchtinstallatie, inclusief een adsorptiedroger. Pascal Cesarini, process painting line supervisor bij Federal Mogul, is bijzonder tevreden over dit resultaat. “De investering was binnen vier dagen terugverdiend.”

Federal Mogul is een Amerikaanse toeleverancier voor onder meer de auto- en vrachtwagenindustrie wereldwijd. Het concern, goed voor een jaaromzet van meer dan 7 miljard dollar, omvat twee divisies: aandrijftechniek en auto-onderdelen. In de productievestiging in Aubange, in het uiterste zuidwesten van België, worden de ruitenwisserarmen volgens de kwaliteitseisen van de afnemers voorzien van een poederlaklaag. De productie van de armen vindt plaats bij een zusterbedrijf binnen de Amerikaanse groep.
pagina 52
Vreemd silogedrag nader bekeken Schokkende, toeterende en trillende silo’s
Vreemd silogedrag nader bekeken
Schokkende, toeterende en trillende silo’s In Solids Processing 1 en 2 is in de eerste twee artikelen uit deze serie beschreven hoe en waarom allerlei vervelende problemen als trillingen en schokken in een silo kunnen ontstaan. Ook is besproken welke oplossingen mogelijk zijn om dit te voorkomen. In het derde en laatste artikel uit deze serie worden een aantal cases besproken waarin met redelijk succes een probleem is opgelost.
pagina 54
Vlakdrogen met minder energieverbruik Bijeenkomst NWGD is start van zoektocht
Vlakdrogen met minder energieverbruik
Bijeenkomst NWGD is start van zoektocht Hoe kun je energie besparen bij het vlakdrogen? Dat was de centrale vraag tijdens de recente bijeenkomst van de Nederlandse Werkgroep Drogen (NWGD), met speciale nadruk op sensoren, monitoring en simulaties. Er waren al een aantal praktijkvoorbeelden en bovendien was er de gelegenheid voor bedrijven om zich aan te melden voor een gesubsidieerd traject waarbij telkens met een kleine projectgroep onderzocht wordt wat de concrete besparingsmogelijkheden zijn. De bedoeling is om die resultaten daarna te veralgemeniseren tot breed bruikbare adviezen, zodat ‘best practices’ voor een groep toegankelijk zijn en kunnen worden geďmplementeerd.

Onder leiding van Bruno Mulder, energieadviseur bij Meta BV, werd door de ruim dertig aanwezigen veel kennis uitgewisseld. Wat al heel snel duidelijk werd, is dat er rondom vlakdrogen nog heel veel vragen onbeantwoord zijn. Met trial-and-error probeert menigeen te besparen op het energieverbruik van het droogproces. Vaak ontbreekt het aan de juiste meetgegevens die meer informatie verschaffen over de precieze voortgang van het droogproces en welke factoren cruciaal zijn voor het besparen van energie. Het streven van de NWGD, in samenwerking met het ISPT (Institute for Sustainable Process Technology), is dan ook om een aantal projectgroepen op te starten rondom concrete cases bij diverse bedrijven. Doelstelling daarbij is om, met overheidssubsidie, te komen tot concrete resultaten op het gebied van energiebesparing. Vervolgens zal de opgedane kennis worden vertaald naar adviezen die breed beschikbaar komen en voor meerdere partijen concreet toepasbaar zijn. Dat is de gemeenschappelijke doelstelling, waarin de NWGD het ISPT elkaar hebben gevonden en die wordt gecombineerd met het streven van de overheid om energiebesparing, ook in het bedrijfsleven, daadwerkelijk handen en voeten te geven.
pagina 56
PROCES MEDIA
Solids Processing Fluids Processing MB Maintenance SchuettgutPortal
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
Service en contact
ContactDisclaimerPrivacyAdverterenInloggen controlpanel